De schrijver en de koffiebar

“Koffiebar in Gent bant laptops!”, zo berichtte menige nieuwssite vandaag. Volgens de uitbater horen deze toestellen niet thuis in zijn zaak. Ze zorgden zelfs voor een opmerkelijk lage koffieconsumptie, aldus de man.

“Ergert u zich ook aan laptops?” vroegen diezelfde sites zich hardop af.

Nounou.
Eerlijk gezegd niet, nee. Of het nu op de trein, in het park of in een koffiebar is, laptops werken me nauwelijks tot niet op de zenuwen. Integendeel. Ben ik de enige die dat een haast romantisch beeld vindt, zo’n laptoppende medemens met een espresso? Misschien werkt hij wel aan een roman, denk ik dan, zijn koude appartement ontvlucht. Of misschien is het een journalist, de deadline al voelbaar, hijgend in de nek? Een poĆ«et misschien, naarstig zwoegend aan een zoveelste sonnet! Of wetenschapper, lyrisch wegdromend bij de schoonheid van een voor mij raadselachtig wiskundig bewijs?

(Nefast voor deze romantische zeepbel is een blik op het scherm, vooral wanneer het vooral excelsheets of, veel erger, dwaze spelletjes blijken te zijn die onze vermeende creatieve geesten in de ban houden.)

Romantiek.

Vorige week wandelde ik, ja, ja, langs de Theems in Londen. Op een van de talloze bankjes daar aan Queens Walk zat een jongeman in ribfluwelen pak. Ernstige blik. Op zijn schoot: een Remington typemachine. Naast hem een kartonnen bord, met als opschrift: “Order your story here!” Erg warm was het niet, ondanks de stralend blauwe hemel. Was hij met zijn Remington de koffiebar buitengeschopt omdat hij met zijn getik en geting teveel klanten ergerde? Misschien, wie weet. Het harde leven van een schrijver!

Ha. Schrijvers.

Ach. Zolang mensen gewapend met een vulpen en notitieboekje welkom blijven in koffie- en andere zaken is er niets aan de hand.

Over echte ergernissen zullen we het een volgende keer hebben.

Advertenties

De kat die me toesprak.

Doen alsof. Alsof ik me niet erger aan dat gekweel en getater naast mij terwijl ik probeer te lezen. Concentratie! Doen alsof ik die man met het grijze haar niet volgde tijdens het lopen vanochtend (wat, dat volgen dus, resulteerde in de aangename ontdekking van een stuk relatief verborgen bos). Evengoed doen alsof ik er geen probleem mee heb me op zoveel dingen tegelijk te focussen.

Onzin, natuurlijk. In de fotografie leidt zoiets vaak, maar zeker niet altijd, tot een vlak beeld. Of, ruimer gezien, tot iets erger: ruis. Al hoeft ook daar niets mis mee te zijn. Ruis.

Doen alsof dus. Structuur en routine en principes. Tot je op een dag wakker wordt, in de spiegel kijkt, ernstig fronst, en de kat luidop lijkt te zeggen: “Stop nu eens met alles op jezelf te betrekken.”

Het sterke is dat, als je maar lang en hard genoeg doet alsof, dingen echt zo worden. Percepties. Gedragingen. Verwachtingen. Ik zeg maar wat. Dat werkt helaas in twee richtingen. Soms menen we dat we bang moeten zijn. Soms zijn we ook gewoon bang. Een gevolg van iets dat gebeurd is. Een slechte herinnering. En soms worden we bang en houden we ons voor dat het maar best is dat te blijven. Ook al houdt dat ons tegen.

Gisteren zag ik ‘The Reader’, op Canvas. Een hartverscheurende film over de affaire (zoals dat dan heet) tussen Michael, een jonge snaak en Hannah, een iets oudere dame. Over liefde zonder duidelijke vooruitzichten, de troost van boeken, ontroering, vertwijfeling, afscheid, pijn en tranen, tijd. Over de dingen die onherroepelijk voorbij gaan.

Intermezzo: De kat trok een volle emmer water om. Kleine overstroming. Gemor, gedweil, uit concentratie, enzovoort.

En dan, opeens, als ik terug voor de tv sta, zegt de onervaren, 16-jarige Michael:

“I’m not frightened. I’m not frightened of anything. The more I suffer, the more I love. Danger will only increase my love. It will sharpen it, it will give it spice. I will be the only angel you need. You will leave life even more beautiful than you entered it. Heaven will take you back and look at you and say: Only one thing can make a soul complete, and that thing is love.”

Die tv, eigenlijk gaat die zelden tot nooit aan. En zie.

Maar goed. Uiteindelijk is er alleen maar toeval. En afhankelijk van onze gemoedstoestand gaan we daar, al dan niet bewust, betekenis aan proberen te geven, willen of niet.

Nee?