De onvolmaakte wereld

Soms gedragen mensen zich ongewoon. In de zin van: afwijkend van wat we verwachten. Dat hoeft niet slecht te zijn. Eergisteren stond een jongen roerloos in het midden van de straat. Terwijl iedereen zich door de regen langs hem heen haastte hield hij zijn ogen gesloten, het hoofd een beetje naar achteren. Voelde hij zich niet goed? Was hij verdwaald in zijn hoofd? Of was hij opeens al staande in slaap gevallen?

Of alles ok was, meneer? Hij antwoordde met een grijns. En dan, met een zwaar Spaans accent: “I’m meditating! Put away your umbrella! Feel the rain, it’s amazing!” Ik glimlachte, voelde me belachelijk met die stomme paraplu in mijn hand en wandelde verder naar huis.

Soms is abnormaal gedrag niet alleen afwijkend, maar ook onaanvaardbaar. Vanmorgen, startklaar voor een ochtendloopje, zag ik een auto stoppen. Dat gebeurt wel vaker. Terwijl ik in de miezerende regen met mijn telefoon knoeide, stapte de chauffeur uit. Een keurige jongeman wandelde achter zijn wagen door naar de hoek waar het ene huis het andere raakte en… urineerde tegen de muur. Terwijl hij daar piste keek hij ongegeneerd rond. Zijn blik kruiste de mijne. Ik gebaarde impulsief iets dat, denk ik, vooral ongeloof uitdrukte. Het resultaat: een rochel in mijn richting. (Gelukkig bevond ik mij buiten de man zijn spuugbereik.) Na zijn onbeschaamde daad van territoriumafbakening reed hij rustig weg. Ik stelde me voor hoe hij meteen vrolijk zijn collega’s zou begroeten, met een ongetwijfeld stevige (en ongewassen) handdruk.

Droevig en mistroostig word ik daarvan. Een mens heeft niet veel nodig om in een misantropische bui te belanden.

Mijn gemoed helderde onverwacht weer op toen ik later door de krant van de dag bladerde. “Ik denk dat het punt is dat we in een onvolmaakte wereld leven”, aldus David Mitchell in de boekenbijlage van De Standaard. “De sterren staan zelden zoals we zouden willen, dus we kunnen maar beter wennen aan die imperfecte omstandigheden.”

Na die wijze woorden zette ik een kopje Japanse matcha-thee. En ik vroeg me, half hardop, af hoe het met die ene, in de regen mediterende jongeman met het Spaanse accent zou zijn. Die zag ik niet meteen tegen een huis urineren. Alhoewel. Wie weet.

Dat een mens dus niet veel nodig heeft om in een misantropische bui te belanden.

Gelukkig is er Japanse thee. En David Mitchell.

 

 

 

 

Advertenties

Het huilende Higgsdeeltje

Onlangs stapte ik de pas gerenoveerde hal van het stationsgebouw in mijn thuisstad binnen. Ik rook er, ondanks de jarenlange werken, nog steeds de geur die zo eigen is aan staatsgebouwen, en zag er mezelf weer rondlopen als kind. Het gerechtsgebouw waar mijn moeder werkte, het postkantoor (toen elk dorp nog een eigen kantoor én code had) en de lokettenzaal in het station. Allemaal met hetzelfde aroma van inkt, papier en sigaretten. Geur: een krachtig middel om herinneringen naar boven te halen.

Ik las vorige week dat een Amerikaans bedrijf (waar anders) een app ontwikkelde die je wekt met het parfum van gebakken spek. Dat klinkt zonder twijfel mooier dan het in werkelijkheid is (toch voor hen die van gebakken spek houden). Voorlopig gaat daar nog niets boven, die werkelijkheid, en ik vermoed dat dat nog even zo gaat blijven.

Maar, stel je voor: instagram met geur. Of een e-book dat naar drukinkt ruikt. De mogelijkheden zouden legio zijn.  Reclamejongens wrijven zich ongetwijfeld al in de handen. Ik stel voor dat we snel beginnen te ijveren voor treinwagons waar de geurapps niet welkom zijn, in navolging van de stiltecoupés in onze buurlanden.

Er gaat overigens weinig boven de geur van drukinkt. Een oom van me had een drukkerij, als kind liep ik graag tussen de puffende en sissende machines die ratelden als reggeasongs, omhuld door de alomtegenwoordige walm van inkt en andere chemicaliën. Daar dacht ik aan toen ik vorig weekend door de verse catalogus van Docville bladerde. Een onverwachte kettingreactie veroorzaakt door onverwacht kleine deeltjes.

Deeltjes, daar ging het over in het op Docville vertoonde ‘Particle Fever’. Hoe wetenschappers in het CERN naar de meest elementaire deeltjes van onze wereld zoeken, met die reusachtige deeltjesversneller. Het ging mijn bevattingsvermogen te boven, maar dat was bijzaak. Het was vooral een ontroerend verhaal hoe mensen halstarrig, koppig en onvermoeid blijven zoeken naar verklaringen. Peter Higgs die met de tranen in de ogen getuige is hoe ‘zijn’ deeltje effectief als ‘echt’ wordt getoond: een pakkend en tegelijkertijd merkwaardig beeld.

Herinneringen, emoties, gebroken harten, kortom: la condition humaine, daarover zwijgen de (meeste) fysici.  Gelukkig zijn er nog schrijvers en andere lieden. Film- en documentairemakers. Muzikanten. En lezers.

Ach. Romantici. Wat zou de wereld zijn zonder romantici?