Greetings from Syria!

Geen paniek! Ik ben levend en wel in Syrië geraakt én bevind me nog steeds in goede gezondheid!Intussen al meer dan 2 weken hier…

Wat een land, wat een land. Vorige zondag in Damascus geland, na een spectaculaire approach: we naderden Syrië van over de Middellandse Zee en zagen de kuststad Tartoes liggen. Vervolgens zette het vliegtuig koers naar Damascus- vanuit de lucht zagen we enkel een zandbruin landschap- waarna we enkele keren boven de Damasceense luchthaven cirkelden, elke omcirkeling een stukje lager. Het vliegtuig schudde en schokte door de woestijnthermiek!

Eénmaal geland, mocht ik al meteen kennismaken met de Syrische autoriteiten. (De luchthaven van Damascus lijkt overigens niet weinig op een vervallen Brussels metrostation, geur incluis)

Nadat ik alle nodige documenten had afgegeven aan de douanebeambte, stelde deze allerhande vreemde vragen, zoals ‘What is your firstname? With what company did you fly? What is your profession? What is the name of your father?’ Enzovoort. Uiteindelijk knikte hij goedkeurend en heette me welkom in Syrië. Ongeveer 10 meter verder werd ik door een soldaat-achtig type tegengehouden: paspoortcontrole! Bizar.

In de luchthaven werden we opgewacht door de buschauffeur die ons, het goed tienkoppig archeologisch team, naar onze eindbestemming zou brengen, de kuststad Jebleh. Op de bus kregen we bananen, water en pizza. We reden door een woestijnachtig landschap, door bergen en uiteindelijk dorheen de groene kuststrook. We passeerden de stad Homs, ooit de Romeinse kolonie Emesa, en stopten aan en soort wegrestaurant waar ik een zeer vreemd iets at: een soort van vezelachtig, ongebakken deeg op een stokje met darin een gelatineachtige substantie. De smaak valt moeilijk te beschrijven, een vage zweem van sesam misschien.

De snelweg waarop we reden, een belangrijke verbindingsweg tussen Damascus en de grote kuststad Latakia, werd matig druk bereden. Ik zag vele oude vrachtwagens, al dan niet aan de kant met open motorkap. Langs de weg merkte ik veel rommel, Syriërs doen niet echt aan milieuzorg. Af en toe dook er in het landschap een standbeeld op van Assad, vader van de huidige president. Eveneens kenmerkend: onafgewerkte betonnen constructies, niet ongewoon alhier, want zolang een gebouw niet helemaal is afgewerkt, moeten er geen belastingen op betaald worden. Dus woont vrijwel iedereen in een huis dat eruitziet als iets dat zich nog gedeeltelijk in de ruwbouwfase bevindt.

Na menig kilometer arriveerden we in Jebleh. De bus reed langs straten waar bussen niet horen te rijden: takken schuurden langs de vensters, om nog maar te zwijgen van de elektriciteitskabels…

Onze werk- en verblijfplaats voor de komende 6 weken is bovenop een tell, een heuvel die ontstaan is door bewoning na bewoning. En jazeker, onze tell heeft ook een naam: Tell Tweini.

Tal van locals stonden klaar om ons te helpen met het naar boven zeulen van de bagage. Gezelligheid alom, want boven, in het opgravingshuis, stond ons al iemand op te wachten: Hendrik, één van de collega-archeologen was linea-recta van Caïro naar Jebleh gereisd om al wat zaken in orde te zetten. We aten spaghetti met pesto en dronken Libanese wijn. En we waren in Syrië!

Wat we hier zoal gedaan hebben, de eerste week? Het huis op orde gezet, zonnetenten gebouwd, onkruid uitgedaan, rattekeutels verwijderd, een eerste bezoek gebracht aan de stad, de watertank op het dak uitgekuist…

’s Vrijdags is onze vrije dag, en die eerste vrijdag (9 mei) maakten we een uitstap naar de site van Ugarit en nadien het kasteel van Saladin, prachtig! We stopten in een dorpachtig plaatsje, waar we warm gehakt en platte broodjes aten. In de vitrine van de eetgelegenheid hing een half koebeest. Kasteel bezocht, zeer indrukwekkend!

Vorige vrijdag zijn we overigens naar Krak des Chevaliers geweest, zo mogelijk nog indrukwekkender. Prachtig, prachtig, prachtig!

Uiteraard wordt er hier ook veel gewerkt: we staan op om 6, beginnen om 7 op het veld tot 9, kwartiertje pauze, dan werken tot 11.15, middageten tot 11.45 en veldwerk tot 13.30. Dan volgt de administratie, resultaten en interpretaties neerschrijven, moet er nog wat huishoudelijk werk gedaan worden, een koud douchke genomen (het went nooit!), meegeholpen met het eten klaarmaken, eten, afwassen, en ja, dan is een mems al eens moe om 21u!

Op het veld heb ik een team van 3 werklieden: Abu Bashar, een 50-jarige man met klak die mij steevast aanspreekt met Hussein, Ali, een 18 jarige, ietwat luie gast en Zayn, een vriendelijke kerel van 26 met baard.

Fotos volgen, ik moet er helaas weer vandoor.

Tot later!