Thuis. Er weerklinkt sinds minstens anderhalf uur een auto-alarm.
Dezemorgen was de lucht lichtrood. Het begin van een mooie dag?
Ik spoorde naar Mechelen. Reden: het tweede deel van een opleiding (hmm) die ik via m’n werk moest(nu ja) volgen. Stemcoaching.
Vorige week was het deel één en ik had het al meteen in de mot: niks voor mij. Al dat gedoe, om nog maar te zwijgen van de rollenspellen en die lijfelijke toestanden die er ook nog eens bijkwamen. ‘Voel hoe je stem resoneert in je knieën!’. Enfin, u weet wel wat ik bedoel.
Met behoorlijk wat tegenzin begaf ik me dus naar Mechelen. Even had ik nog overwogen gewoon niet te gaan, een verkeerde trein te nemen of vergeten uit te stappen in het juiste station. Ik voelde me alsof ik terug naar school moest.
Gedurende enkele ogenblikken was ik in de waan dat de opleiding niet zou doorgaan. Onze stemcoach leek niet te komen opdagen. Ijdele hoop, want niet veel later stond die drommelse kerel grijnzend vooraan in het leslokaal.
Bon. Het was weer van dat, oefeningen hier en daar, kaken laten openvallen, geeuwen en vreemde lichaamsbewegingen. En dingen zeggen vanuit den buik. Jaja.
En weet u wat? Ik begon het bijna leuk te vinden. Vond ik die kerel vorige week nog een handtastelijk vetzakske, na een aantal interessante gesprekken groeide er zowaar enige sympathie voor dit artistieke sujet.
Laten we echter niet overdrijven en het houden bij de stelling dat de dag positiever verliep dan ik verwacht had.
De trein terug naar huis, de Amsterdam-Brussel, rook naar roze bubblegum. De kaartjesknipster foeterde op deuren die niet goed sloten. Een oosters uitziende jongeman las een krant met op de voorpagina een grote foto van koningin Beatrix.
Op weg naar huis, van station Delacroix langsheen het kanaal, ergerde ik me aan de auto’s die op het pseudo-voetpad geparkeerd stonden en me op de half ondergelopen straat dwongen. Molenbeek, o Molenbeek, waar de autozwendel welig tiert! Met vuile schoenen kwam ik terug thuis, verwelkomd door het niet aflatende geloei van een auto-alarm.


